Nieuws

Drenthina: bedankt voor 10 fantastische jaren

Drenthina: bedankt voor 10 fantastische jaren!
Zaterdag a.s. neem ik, tenminste bij een gunstige afloop van de competitie, na tien jaar afscheid van Drenthina. Het gebeurt in de voetballerij niet zo vaak dat een club en een trainer elkaar tien jaar trouw blijven. Dus dan moet het wel “een goed huwelijk” zijn geweest. Daarom wil ik via deze weg een korte terugblik geven op deze, voor mij in ieder geval, fantastische periode bij een hele mooie club.

Hoe het begon
Een collega van mij bij het Esdal College, tevens free-lance sportjournalist bij het weekblad De Gezinsbode (nu ZuidOOsthoeker), de veel te vroeg overleden Jaap Meijer, bracht het contact tussen Drenthina en mij tot stand. Al vele jaren had hij geroepen dat ik toch een keer trainer bij deze mooie club moest worden. We zouden, volgens hem, precies bij elkaar passen. En zo gebeurde het dat ik op pakjesavond 2007 een gesprek voerde met een aantal bestuursleden in de woonkamer van de toenmalige voorzitter Henk Feitsma. Natuurlijk onder het genot van een kop koffie en de traditionele banketletter met amandelspijs. Het gevoel was aan beide kanten goed en op die avond werd door het toenmalige bestuurslid technische zaken Henk Haandrikman een heuse doelstelling geformuleerd. De intentie was om voor drie jaar met elkaar in zee te gaan en in die periode was het streven om “een stabiele tweedeklasser” te worden.

De resultaten tussen 2008 en 2018 in vogelvlucht
De doelstelling van “een stabiele tweedeklasser”worden, liep niet geheel volgens afspraak. In het eerste seizoen werden we kampioen in de derde klasse en promoveerden we naar de 2e klasse J. Daar werden we derde en omdat er in dat seizoen een versterkte promotieregeling was i.v.m. een andere indeling in het amateurvoetbal, promoveerden we direct naar de 1e klasse E. Na een moeizame start in deze eerste klasse pakten we de derde periode en speelden we in de nacompetitie voor een plaats in de hoofdklasse. Dat zou toch wat zijn geweest: in drie jaar van de derde klasse naar de hoofdklasse. Helaas waren ON Groningen en SDV Barnveld, met diverse oud-profs in de geleding, een maatje te groot en wisten we deze promotie niet te bewerkstellingen. Hoewel we mooie herinneringen overhouden aan deze wedstrijden.

De gestelde doelstelling was in ieder geval ruimschoots gehaald en Henk Haandrikman wreef het mij regelmatig in dat “ik mij toch echt niet aan de afspraak hield”. Daar werd natuurlijk een oplossing voor bedacht en het volgende seizoen belandden we in de nacompetitie voor degradatie naar de 2e klasse. Tegen SC Rouveen waren we twee keer de betere ploeg, maar we hadden te veel moeite met scoren.Ddus aan het eind van de rit degradeerden we dan naar de tweede klasse. Daar was niemand rouwig om, omdat iedereen wel in de gaten had dat het niveau van de eerste klasse structureel te hoog voor ons was.

Vanaf dat moment hebben we keurig in de tweede klasse gespeeld. Nadat we in het seizoen 2014 – 2015 de promotie naar de eerste klasse via de nacompetitie op het nippertje misliepen door een laat doelpunt van Oeverzwaluwen bereikten we het seizoen daarna weer de nacompetitie. Eerst speelden we twee keer tegen Broekster Boys en doordat wij als overwinnaar uit de strijd kwamen, was de apotheose van deze nacompetitie de strijd tussen DZOH en Drenthina met als inzet een plaats in de eerste klasse. Na een 2-1 overwinning op “De Oude Ros” viel de beslissing op vrijdagavond 3 juni in De Rietlanden. In een prachtige ambiance werd het 1-1 en promoveerden we wederom naar de eerste klasse. Beide ploegen wisten van te voren dat deze eerste klasse waarschijnlijk te veel van het goede zou zijn, maar zo’n wedstrijd daarom laten lopen was natuurlijk niet aan de orde.

Vorig seizoen bleek wel dat we ergens tussen de tweede en eerste klasse thuis horen. Een beetje het gevoel van “te klein voor het tafellaken en te groot voor het servet”. Dus speelden we dit seizoen weer keurig in de tweede klasse en kunnen we na tien jaar constateren dat ik mij als trainer keurig aan de op Sinterklaasavond geformuleerde doelstelling van “een stabiele tweedeklasser worden” heb gehouden. Op één jaar na hebben we in die tien jaar altijd wel ergens om gespeeld. Dus saai is het nooit geweest.

Waar het echt om gaat
Het spreekt denk ik voor zich dat ik mij de afgelopen tien jaren bij Drenthina meer dan thuis heb gevoeld. Anders ga je niet zo lang met elkaar door. Ik heb Drenthina leren kennen als een echte club met aandacht voor alle leden en een vereniging voor jong en oud. Een club waar het vrijwel altijd rustig is en waar niet de waan van de dag, zoals tegenwoordig ook in het amateurvoetbal te vaak gebeurt, leidend is. Waar amateurvoetbal ook nog echt amateurvoetbal is.

Ik ben altijd met plezier naar de club gegaan. Er wordt mij wel eens de vraag gesteld wat mij het meest is bijgebleven of wat voor mij de hoogte- en dieptepunten zijn geweest in al die jaren. Dat zijn niet de resultaten. Als je lang in de voetballerij rondloopt dan win je belangrijke wedstrijden, maar verlies je ze ook. Je wordt een (paar)keer kampioen en je degradeert een (paar) keer. Dat hoort er allemaal bij. Voor mij zijn de contacten met al die mensen die ik ontmoet heb en de verhalen die daarbij naar voren kwamen het meest waardevol geweest. Daar kijk ik met veel plezier op terug.

De keerzijde is dan dat je in zo’n lange periode ook de impact bij een club merkt als er leden, soms veel te vroeg, komen te overlijden. Dat zijn dan de echte dieptepunten. Wat mij daarbij dan het meest geraakt heeft, is natuurlijk het overlijden van Mark van der Kolk. Een heel vreemd gevoel om te ervaren dat je tot kort voor zijn dood nog, zoals mannen onder elkaar doen, loopt te ouwehoeren in de kleedkamer over de meest grote onzin. En dan het moment dat je hoort dat uiteindelijk niemand in staat is geweest om Mark te laten inzien en ervaren dat het leven zoveel moois te bieden heeft. Ik zal dat moment nooit meer vergeten.

De samenwerking
Als trainer ben je altijd het aanspreekpunt. Zeker als het gaat om het eerste elftal. Iedereen weet dat het echter altijd een teamgebeuren is. Niet alleen met de spelers, maar met alle geledingen die er binnen een club actief zijn. Met het gevaar dat ik mensen ga vergeten, wil ik hier toch een aantal mensen specifiek noemen en bedanken, omdat ik daar in die vele jaren op een uitstekende manier mee heb samen mogen werken. Deze samenwerking is de basis van de tien jaren die ik bij Drenthina heb mogen en willen werken:
de supporters: misschien wel het hart van de vereniging. De trouwe aanhang die er bijna altijd is. Of we nu in Balk of Emmen speelden, vrijwel altijd was een vaste kern van clubmensen die de ploeg door dik en dun steunde. Daarbij speelde de supportersvereniging, eerst onder leiding van Harrie Vriezekolk en Henk Vugteveen en later onder Henk Winters, een centrale rol. Altijd lieten ze rond de winterstop en aan het eind van de competitie op hun manier blijken dat ze erg betrokken waren bij de eerste selectie.
de vrijwilligers: van de mensen achter de bar tot aan de mensen van het materiaal. Wat zijn er iedere week veel mensen, veelal achter de schermen, bezig om een club draaiende te houden. Daarvoor heb ik heel veel waardering.

de bestuursleden: o.l.v. de voorzitters Henk Feitsma, Henk Haandrikman en Willem Jan Alders is er stabiliteit binnen de club geweest. Het valt tegenwoordig niet mee om in een bestuur te zitten. Als vrijwilliger wordt er (te) veel gevraagd van bestuursleden in een periode waar er nogal wat aan de hand is binnen clubs. Denk aan zaken als inzet van vrijwilligers, de invulling van kaderposities en de privatisering. Speciaal wil ik ook Albert Smalbil noemen, omdat mijn contacten met het bestuur veelal via hem liepen. Onze gesprekken over contractverlenging waren vaak binnen 5 minuten afgerond en dan gebruikten we de rest van de tijd om over andere interessante zaken te spreken.

collega trainers van het tweede elftal en de jeugd: met deze collega’s heb ik altijd een prima contact gehad en hebben we, in het belang van de club, veel over voetbalzaken gesproken. Jan Vos, Kees Wessels, Jan Bosman, Cees Gubler, Cees Spaans en Pascal de Jonge schieten mij direct te binnen. Een aantal van hen blijven gelukkig volgend jaar beschikbaar voor de club.

de grensrechters: door mij altijd grensjagers genoemd. Veel respect voor deze mensen, want je moet het maar willen doen. Zeker als je bij voorbaat al weet dat je het nooit goed doet. Voor mij in ieder geval: Edwin Katerberg, Johan Boers en Gerry Suelmann. Als zij niet beschikbaar waren, dan waren altijd Peter Geleijnse, Henk Winters, Mark Engberts en Matthijs Mensink bereid om in te springen.

de leiders: de waarde van Henny in ’t Veld, Jaap Glazenburg en Martijn Broekhof in de afgelopen tien jaar is moeilijk uit te leggen. Met een enorme inzet en veel enthousiasme hebben zij altijd klaar gestaan voor de spelers van de eerste selectie en zeker ook voor mij als trainer. Ik heb nooit tevergeefs een beroep op hen gedaan. Daarvoor heel veel dank.

de verzorger: Richard Broersma ook wel “de dokter” genoemd door Mark van der Kolk. Zijn kennis, ervaring, deskundigheid en mensenkennis zorgen ervoor dat de spelers bij hem in meer dan goede handen zijn. Daarnaast heb ik vooral genoten van de talloze boeiende gesprekken die we, soms tijdens de lange busreizen, hebben gevoerd over allerlei verschillende onderwerpen. Zo zijn er heel wat “wereldse” zaken aan bod geweest.

de keepertrainers: keepers zijn toch altijd “een beetje anders” en hebben ook een andere aanpak nodig. Met Peter Louissen en Michiel Sanders heb ik al die jaren kunnen werken met twee trainers die meer dan bovengemiddeld in staat zijn om onze keepers naar een hoger plan te brengen. Dat deden en doen zij met een enorme inzet en het is altijd goed om te zien hoe zij de trainingen van de keepers aanpakken. Daarnaast waren zij ook altijd bereid om in voorkomende gevallen als wisselkeeper op de bank plaats te nemen als dat een keer nodig was.

de assistent van de assistent-trainer: Mark van der Kolk was altijd een welkome aanvulling op Danny Wiggers en mij. Hij noemde zichzelf altijd de assistent van de assistent. Door drukke werkzaamheden konden we niet altijd met z’n tweeën aanwezig zijn en Mark vulde deze ruimte altijd prima in. Met de vaste uitspraak van hem: “Jongens, zaterdag is de mooiste dag van de week”. Helaas is hij niet meer onder ons. de spelers: al die spelers waarmee ik in de afgelopen tien jaar heb gewerkt. Na het stoppen van Bas Boersma en Tom Brinks, waren alle spelers waarmee ik in 2008 was begonnen, inmiddels gestopt of in een lager elftal gaan spelen. We hebben met z’n allen veel meegemaakt en vooral altijd heel veel plezier gehad. De basis om met je hobby bezig te zijn en daar dan drie keer in de week voor te komen opdraven. Er is niks mooier dan de eerste tien minuten na een gewonnen wedstrijd in de kleedkamer. Dat gevoel dat we met z’n allen een prestatie hebben neergezet. De vele mooie herinneringen zal ik blijven koesteren.

de collega-trainers: de eerste drie jaren heb ik samen met Egbert Schipper mogen werken en dan de volgende zeven jaren met Danny Wiggers. Het waren voor mij geen assistent-trainers. We werkten samen, overlegden samen en namen samen de beslissingen. Beiden hadden zelf op een hoog niveau en bij Drenthina gespeeld en waren door hun opleiding didactisch en pedagogisch uitstekend onderlegd. We hebben in die jaren heel wat gediscussieerd over alles wat met spelers, trainingen, wedstrijden, tegenstanders, resultaten enz. te maken had. Ik had het wat dat betreft niet beter kunnen treffen. Daarbij heb ik weer veel van jullie geleerd en enorm genoten van onze samenwerking. Daarvoor enorm bedankt.

Tenslotte
Na dertig jaar trainen, naast een drukke baan, ga ik in ieder geval volgend jaar de tijd nemen voor andere dingen. Zaken waar ik nu niet of nauwelijks aan toe kom. Ook wil ik dit jaar gebruiken om goed na te denken over de manier, waarop ik mij in de toekomst wil inzetten voor bepaalde zaken. Er zal vast weer wat op mijn pad komen. In ieder geval word ik, als vrijwilliger, ambassadeur van de VVON (vakvereniging voor amateurtrainers) voor het district noord. Vanuit deze rol mag in gevraagd en ongevraagd advies geven aan het VVON bestuur en fungeer ik voor hen tevens als een klankbord. Dat is een rol die mij, denk ik, wel ligt.
Afscheid nemen doe ik niet. Ik kom volgend jaar zo nu en dan zeker op “De Oude Ros” om te kijken hoe het gaat. Daarbij wens ik mijn opvolger Peter Timmer, die samen met Bas Boersma, de eerste selectie gaat doen heel veel succes en ik wens hem net zo’n mooie periode toe als dat ik gehad heb bij Drenthina.
Het gaat jullie allemaal goed en we zien en spreken elkaar ergens op de velden!

Gerrie Benes